orgelspel

welkom door ouderling van dienst

stil gebed

votum en groet

openingstekst        ‘Wijs mij uw weg, HEER, laat mij wandelen op het pad van uw waarheid, vervul mijn hart met ontzag voor uw naam.’ (Psalm 86:11)

zingen           Psalm 63:1,2 Mijn God, Gij zijt mijn toeverlaat

voortzetting Heilig Avondmaal  

lofprijzing                 Psalm 118:10 (ber.) 

gebed om de verlichting met de Heilige Geest

schriftlezing            Spreuken 4:10-27

tekstlezing   ‘Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven.’  (Spreuken 4:23)

verkondiging

Gemeente van Jezus Christus,

Bewaking is niet meer weg te denken uit de hedendaagse maatschappij. De bewakingscamera’s in de winkels, op industrieterreinen en ook steeds vaker bij huizen; ze hangen er niet voor niets. Als je een aantal keer een inbraak hebt meegemaakt, dan wil je wel. Je bent immers zuinig op je spullen en zeker op je mensen.

Onze tekst gaat ook over bewaking: ‘Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart.’ In één woord gaat het over ‘hartbewaking’. Nu is het hart in de Bijbel meestal wel iets anders dan dat orgaan dat het bloed door het lichaam pompt. Onze tekst noemt het ‘de bron van je leven.’ En dan niet alleen het fysieke leven, maar het totale leven, wat je denkt, en zegt en doet, en ervaart en verlangt. De kern daarvan is het hart.
Letterlijk staat er in onze tekst: ‘daaruit zijn de uitgangen des levens.’ Uitgangen, meervoud dus. Het is dus meer dan alleen ons gevoel. Dat denken wij wel vaak als we aan het hart in figuurlijke zin denken. Het gezegde ‘iemand op z’n hart trappen’ gaat toch over iemands diepste en teerste gevoelens?! En als we zeggen: ‘hij speelde echt met z’n hart piano’, dan bedoelen we dat diegene met veel gevoel speelde.

In de Bijbel is het hart echter veel meer dan alleen het gevoel. Veel vaker blijkt het hart daar juist ook met het hoofd te maken te hebben. Zeker ook in het boek Spreuken. In Spreuken 6 bijvoorbeeld wordt gezegd dat ‘het hart op het kwade kan zinnen.’ Dan heeft het echt met het hoofd te maken, met het bedenken van kwade plannen in dit geval. En in Spreuken 15 gaat het over de ‘overwegingen in het hart van de rechtvaardige’. Overwegen, dat heeft toch echt te maken met je hoofd. En ik zou nog een tijdje door kunnen gaan met zulke teksten, die duidelijk maken dat het hart volgens de Bijbel alles te maken heeft met het verstand. Vandaar dat Salomo ook vroeg om een ‘wijs en verstandig hart’…  Wij trekken dat nog wel eens uit elkaar: hoofd en hart, maar in de Bijbel zijn ze dus veel meer op elkaar betrokken. Het hart is zeg maar de basis van het hoofd, het diepste verstand. Ja, het is een bron, het zijn de uitgangen van het leven. Het knooppunt in je bestaan waar alles samenkomt: verstand, gevoel en wil.
In ons tekstgedeelte komt dat knooppunt heel mooi naar voren, omdat er eerst genoemd wordt wat het hart ingaat, wat het hart ontvangt zeg maar (vers 20 en 21): de woorden die je ontvangt en moet bewaren in je hart. En vanaf vers 24 de dingen die uit het hart uitgaan: de woorden die je spreekt, hoe je kijkt en hoe je gaat. Het kruispunt van wat binnenkomt en er weer uitgaat, is dus het hart. Essentieel dus. Vandaar de klem van onze tekst: ‘Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart’. Die hartbewaking heeft prioriteit.

Bij die hartbewaking hoort dus ook wat je in je hart toelaat. Vers 21: ‘bewaar mijn woorden in het diepste van je hart.’ Elders zegt de Spreukendichter: ‘schrijf ze in je hart.’ Zo zijn de woorden van God, de woorden uit de Bijbel, bedoeld: niet om ze even aan te horen, ontroerd zijn en weer over te gaan tot de orde van de dag. Nee, ze tot je nemen, verwerken, leren. Zodat je ze werkelijk weet.
Ik hoor in het pastoraat mensen wel eens verzuchten: ‘ik weet het allemaal dominee, maar ik voel het niet.’ Ik begrijp dat aan de ene kant wel. Hoe graag je het juist wel zou voelen: Gods nabijheid, de zekerheid dat het ook helemaal voor jou geldt, een diepe en tintelende blijdschap. Maar aan de andere kant blijkt hier juist hoe verstand en gevoel uit elkaar getrokken zijn en het hart eigenlijk alleen gericht is op het gevoel. Terwijl het dus juist alles met het verstand (en dus met het weten) te maken heeft! Wees daarom blij als je het weet. Dat het blijkbaar in je hart staat geschreven. Dat is de kern. En dat gevoel is een tweede en wie weet wanneer dat weer komt. Blijf daarom bij die kern. Zorg dus dat je het weet. Neem die woorden van God tot je. Leer ze. Ja, ook uit het hoofd. Of zoals de Engelse taal dat natuurlijk veel mooier, en ook veel Bijbelser (!), zegt in dit verband: ‘learning by heart’!

Rudolf Bohren, een Duits theoloog, raakte in een diepe depressie na het overlijden van zijn vrouw. Weet u hoe hij daar onder andere mee omging? Met het uit het hoofd leren van Bijbelteksten en bepaalde gedeelten van de Heidelbergse Catechismus, waar het geloof kort en krachtig uit de doeken wordt gedaan. Zulke teksten uit het hoofd leren noemde hij ‘sportieve spiritualiteit.’ Een schitterende uitdrukking: ‘sportieve spiritualiteit’. Het vraag inspanning: om zulke teksten uit je hoofd te leren. Het vraagt training zeg maar, waar ook iedere sporter niet buiten kan. Maar het is wel sportieve spiritualiteit, het heeft met de g/Geest te maken, met een kleine en vooral met een hoofdletter.
Die sportieve spiritualiteit, dat uit het hoofd leren, hielp Rudolph Bohren tegen de zwaarmoedigheid. Het was als een medicijn tegen de ziekte van de geest.
Zo belangrijk is het om ons hoofd en daarmee ook de basis ervan, ons hart, te vullen met wat goed is, wat van God is, wat licht biedt, geloof, hoop en liefde. Het raakt mij altijd weer als ik een weeksluiting of een maandsluiting in een verzorgingshuis of verpleeghuis houd en mensen die het allemaal niet meer zo weten, de liederen uit hun hoofd zie meezingen en hoe ze helemaal opleven. Het raakt mij als iemand voor een spannende operatie zich vastklampt aan bepaalde geestelijke liederen die hem hoop en moed geven. Of als ik op een sterfbed een bijbelgedeelte lees of een lied citeer en diegene vult het hardop aan. Maar dan moeten we die gedeelten en die liederen wel kennen. Dan moeten we ze wel geleerd hebben! In de kerk. Op school. En thuis. Zodat ze op de bodem van ons hart liggen, als een schat in een kluis, waar we gelukkig altijd bij kunnen.

Het hart is de centrale van het bestaan, dus moet goed bewaakt worden. Niet alleen wat we erin toelaten, maar ook wat er uitgaat. Daar gaat het dus ook over in ons tekstgedeelte. Vers 24: ‘geen leugens in de mond nemen, geen bedrog over je lippen laten komen.’ Het is opvallend hoe vaak het in Spreuken over de impact van woorden gaat: wat ze kunnen uitrichten. Goede woorden kunnen helpen, inzicht bieden, opbeuren. Maar omgekeerd kunnen slechte woorden juist kapotmaken en pijn doen. En zeker ook leugens en bedrog. Of dat nu in het groot is: een president die de ene na de andere onwaarheid de wereld in brengt, een land dat op internet allerlei zgn. ‘trollen’ de boel willens en wetens laat verdraaien, of in het klein, in een relatie, in het gezin, in een werksituatie is er oneerlijkheid, gekonkel, bedrog, geroddel, kwaadsprekerij. Het ondermijnt verhoudingen, het gaat vaak van kwaad tot erger, het is een we       b waarin je steeds meer verstrikt raakt, het vergiftigt ook je relatie met God.
Een hart dat dichtbij God leeft, is daar attent op. Dat houdt juist van de waarheid, is eerlijk, wil mensen recht doen, zoekt juist hoe woorden kunnen helpen, verbinden, perspectief bieden.

Er komt nog meer uit die bron van het hart: hoe we kijken. Vers 25: ‘Je moet elk mens recht in de ogen kijken, nooit je ogen hoeven neerslaan.’ Ja, hoe kijken we naar mensen? Hoe bezien we ze? Als ons hart oprecht is, als we onszelf kennen,  kijken we ook anders naar anderen: milder, met ontferming, want dan zien we een mensenkind dat net zo afhankelijk is van Gods genade als wij.

Het laatste dat Spreuken hier noemt als een uitvoering van het hart is hoe we gaan. Dat gaat vooral over onze daden en de richting die we kiezen. Spreuken wijst op een effen weg, dat is de weg van Gods geboden, dat is de weg van de liefde, tot Hem, de ander en onszelf. En dat is het kwaad links laten liggen.
Dat ligt namelijk wel op de loer. Niet voor niets hamert de Spreukendichter daar keer op keer op. Dat er ook verkeerde wegen zijn, mensen die niet het goede met je voor hebben, dat het kwaad zich in vele vormen kan voordoen. En dat kan weer invloed hebben op het hart.
Het is immers een kruispunt: wat uitgaat, kan weer invloed hebben op wat in je hart komt en wat in je hart komt weer op wat er uitgaat. Laat ik het concreet maken:  Als je bijvoorbeeld van oneerlijkheid een gewoonte maakt, krijg je een afgestompt geweten en een koud hart. En als je alleen maar naar mensen kijkt wat er mis aan is, dan word je hart kil en stempelt dat ook je daden. Kortom: ook hier gaat het om voortdurende waakzaamheid.
Ons hart brengt namelijk ook niet vanzelf goede dingen voort. Nee, Jezus zelf is daar in het Evangelie helder over: ‘Wat de mond uitgaat komt uit het hart, en die dingen maken een mens onrein. Want uit het hart komen boze gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen en laster. Dat maakt een mens onrein.’ Hier wordt ons een spiegel voorgehouden en wie eerlijk is, zal het herkennen. Je kunt schrikken over wat je kunt denken, zeggen of doen. Wat een smerigheid kan er niet uit komen. Zo is ons hart van nature. Vanaf het begin. We hoorden dat vorige week nog bij één van de doopvragen: dat de kinderen, net als wij, als zondaren onder het oordeel van God liggen. Heftige woorden zijn dat. Maar als we eerlijk zijn, erkennen we het.

Maar godzijdank is er verandering mogelijk. Gelukkig laat de Here God het hier niet bij. En dat klonk vorige week duidelijk bij de doop: het water wees op reiniging van die bron. En vandaag hoorden we het ook bij dat andere sacrament, dat van het avondmaal. Dat Jezus’ offer, van zijn lichaam en bloed, een volkomen verzoening is van al onze zonden. Een bedekking, een reiniging, door de Here Jezus Christus van alle smerigheid die wij bedenken en zeggen en doen.
Het doopwater sprak ook van vernieuwing. Zoals de Heilige Geest dat ook doet als Hij ons door brood en wijn aan Christus verbindt – wij in Hem, Hij in ons. Waardoor we nieuw worden. Een nieuw hart krijgen. Als wij voor de Heilige Geest openstaan en dichtbij Christus blijven, die ons vormt naar zijn prachtige karakter.
Laten we ons hart daarop richten. Telkens weer. Want dat is de beste hartbewaking!

Amen

meditatief orgelspel + collectemoment

zingen           Gezang 323:7,8 Maak mij recht eenvoudig, stil in den gebede

dankgebed en voorbeden  

zingen           Evangelische Liedbundel 175 Stilte over alle landen

zegen

orgelspel